Anthonie Schetz

Antonie Schetz, (Antwerpen, juli/ augustus 1564 – Brussel, 1641) was een militair in Spaanse dienst ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Hij was baron en vanaf 1637 graaf van Grobbendonk, heer van Tilburg en Goirle, Pulle en Pulderbos, en Wezemaal. Ook was hij tot 1629 militair gouverneur in Spaanse dienst te ’s-Hertogenbosch, kapitein van een regiment cavalerie en ridder in de orde van Sint-Jacob. Schetz leidde de Bossche verdediging bij het Beleg van ’s-Hertogenbosch.

Diverse bronnen geven een afwijkend geboortejaar: soms wordt 1561 en soms ook 1572 genoemd. Als jaar van overlijden wordt vaak 1640 opgegeven. De voornaam wordt op vele manieren gespeld.

Anthonie Schetz werd in augustus 1564 te Antwerpen gedoopt. Hij was de jongste zoon van Gaspard Schetz (1513-1580) en Catharina van Ursel. Zijn vader stamde uit de Duitse patriciërsfamilie Schetzenbergh, afkomstig uit Schmalkalden en gold als de bankier van Antwerpen. Gaspard Schetz was financier van menig handelsonderneming, waaronder die van zijn broers Melchior en Balthazar die handel dreven op Rusland en Brazilië, en hij was een bankier van koning Filips II van Spanje. Daardoor had hij ook een politieke rol in het Antwerpen van de laatste helft van de 16e eeuw. Zijn moeder kwam uit het adellijk geslacht van Ursel, dat in de tweede helft van de 17e eeuw in mannelijke lijn dreigde uit te sterven, maar door een adoptieve constructie door zijn broer Conrad werd voortgezet, waarbij de naam Schetz voor die betreffende tak moest worden prijsgegeven. Anthonie Schetz kwam uit een gezin van 21 kinderen, van wie er 8 in leven bleven en carrière maakten.

Anthonie huwde in 1582 met Barbara Karremans en na haar overlijden in 1604 met Maria van Malsen, dochter van Hubert van Malsen en erfdochter van Tilburg. Deze plaats vormde samen met het dorp Goirle een heerlijkheid, die door haar vader Hubert allodiaal was gemaakt door de vraagprijs van 8000 carolusgulden bij te leggen op de som die door een eerdere leenheer, uit het gerelateerde geslacht Van Haestrecht, een eeuw eerder werd geleend aan hertogin Johanna van Brabant. Antonie werd door zijn huwelijk dus heer van Tilburg en Goirle. Na 1629, toen ’s-Hertogenbosch in Staatse handen was gekomen, liet Antonie Schetz uit veiligheidsoverwegingen zijn heerlijkheid toch weer verheffen als feodaal en erkende hij de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als eigenaar thermos insulated bottle.

Schetz trad als katholiek in dienst van het Leger van Vlaanderen voor koning Filips II en werd in 1589 aangesteld als gouverneur van ’s-Hertogenbosch. Onder zijn leiding doorstond de stad tweemaal een innamepoging door de Staatsen onder leiding van prins Maurits van Oranje. Na de val van de stad schonk de familie van Schets op het kasteelterrein aan de ingezetenen van de heerlijkheid Tilburg-Goirle gelegenheid en onderdak voor het uitvoeren van de katholieke geloofsbeleving, die in 1629 door de Staatse regering was verboden.

Als gouverneur had Schetz ook het bevel over het garnizoen van de stad ’s-Hertogenbosch. Een zware taak, gezien de stad in deze roerige tijden een sleutelpositie had, en door de stadhouders Maurits en Frederik Hendrik als portaal werd gezien voor het achterliggende gebied van de zuidelijke Nederlanden. Daarom verbleef Schetz‘ gezin overwegend in deze stad, waar hij een luxe huishouding gevoerd moet hebben water backpack for running, getuige de vele rekeningen van leveranciers en de aard van de vele cadeaus die hij ontving. Schetz en zijn vrouw kregen zestien kinderen, van wie minstens twee dochters en drie zonen de volwassenheid bereikten. Ignaas August Schetz van Grobbendonck (1625-1680) werd bisschop van Namen en van Gent; Lancelot Schetz (overleden in 1664) begon een loopbaan als militair en werd luitenant-generaal en gouverneur voor Limburg. In 1641 werd Lancelot de nieuwe heer van Tilburg, terwijl Antonies weduwe Maria van Malsen van 1640 tot haar overlijden in 1650 gravin-douairière van Tilburg was. De heerlijkheid Grobbendonk werd in 1637 door koning Filips IV van Spanje tot graafschap verheven.

Schetz‘ militaire loopbaan was na de val van ’s-Hertogenbosch nog niet beëindigd. In 1631 was hij als Spaans bevelvoerder betrokken bij de verdediging van Hulst en omgeving. Trouw aan Spanje werd hij in 1635 op 71-jarige leeftijd nog aangesteld als gouverneur van de stad Leuven tijdens het Beleg van Leuven. Deze stad doorstond in 1635 onder zijn leiding het staatse beleg tenderize cooked meat. Als dank werd hij met al zijn nakomelingen in 1637 door koning Filips IV van Spanje verheven in de gravenstand. Anthonie Schetz werd uiteindelijk in 1641 te Brussel bijgezet in de Jezuïetenkerk. Zijn echtgenote overleed in 1650 en werd naast hem begraven.